Hennie van de Kar-Vervooren, tekstschrijfster
Frisse blik - verfrissende tekst

Begrijpelijke tekst, de jacht op het recept

Geschreven door Hennie van de Kar-Vervooren

 

Op 14 mei organiseerde tekstnet (beroepsvereniging tekstschrijvers) en logeion (beroepsorganisatie voor communicatieprofessionals) het minisymposium Begrijpelijke tekst, de jacht op het recept, bij Avans Hogeschool in Breda. 
 
Sprekers tijdens dit symposium: Tanja Wark(projectleider Klare Taal Gemeente Den Bosch), Wessel Visser (Bureau Taal), Peter Zuijdgeest(Bureau Zuijdgeest Beter Schrijven), Hennie van de Kar (professionele tekstschrijver), Rogier Kraf(Universiteit Utrecht) en moderator Felix van de Laar (tekstschrijver, vertaler).


Mijn lezing werkte ik vooraf tot in detail uit: 
 
Vertrouwen op je vakmanschap
 
Daar sta je dan.
Meer luisteraar dan prater.
Alle reden om zenuwachtig te zijn.
Maar dat viel nogal mee in de voorbereiding.
Tot ik vanochtend een tweetwisseling tussen collega tekstnetlid Leonore Pulleman en erelid Jan Renkema zag, bijzonder hoogleraar Taalverzorging en begreep dat de heer Renkema ook zou komen. Toen sloeg de relatieve ontspanning om in spanning. Desondanks, een eer dat u hier bent meneer Renkema.
 
Gelukkig had ik me voorbereid aan de hand van een citaat.
 
“Het wordt pas leuk als je iets doet wat je nog niet kan of wat je vervelend of moeilijk vindt. En als dat lukt, geeft dat een kick. Dan heb je een enorme overwinning behaald, op jezelf, op anderen. Daar word je vrolijk van.”
 
Dit citaat vond ik een interview met cabaretier Peter Heerschop. Het interview verscheen in BN De Stem toen ik al ja had gezegd tegen de vraag om mee te werken aan het symposium over begrijpelijke tekst. Ik begon me net erg ongemakkelijk te voelen over mijn toezegging – kan ik dat wel, wat heb ík daar nou over te zeggen - en voelde me gesteund door wat Peter Heerschop aangaf.
 
Dat is wat woorden met je kunnen doen! Steun, vertrouwen, stimulans, herkenning, inspiratie, en vul verder maar in. Een voorwaarde… als lezer moet je de boodschap kunnen verstaan. De tekst moet begrijpelijk zijn. En daarmee zijn we meteen bij de essentie van vandaag. De jacht op de ingrediënten voor het schrijven van een begrijpelijke tekst.
 
Wat heb ik toe te voegen aan de woorden van wetenschapper Rogier Kraf, opdrachtgever Tanja Wark, B1 goeroe Wessel Visser en taal- en teksttrainer Peter Zuijdgeest?
 
Wat ík heb toe te voegen, het element waar ik de komende tien minuten voor zal pleiten, is vertrouwen op je vakmanschap als tekstschrijver, en op je gezond verstand.
 
In de afgelopen twaalf jaar als zelfstandig tekstschrijver, heb ik 1372 teksten in opdracht geschreven en herschreven. Geen enkele keer kreeg ik de vraag: Wil je er iets onbegrijpelijks van maken? Als tekstschrijver ben je ALTIJD bezig met begrijpelijke tekst. Dat is de intentie. Altijd.
 
Typerend voor je rol als tekstschrijver is dat je meestal als laatste wordt ingepland. Wat dat betreft, sluit mijn plek binnen dit programma daar volledig op aan. De tekstschrijver als hekkensluiter.
 
Over alles is gedacht, het concept is doordacht, het ontwerp is schitterend, en dan, oh ja… de tekst. De tijd is beperkt, de druk is hoog: dat is de omgeving waarbinnen een tekstschrijver werkt.
 
Als tekstschrijver handelen we als een kok onder tijdsdruk, die in een vol restaurant het hoofd erbij moet houden en een topprestatie moet leveren: een lekkere maaltijd maken. Niemand zal hem vragen een smerig gerecht te maken, zoals aan de tekstschrijver nooit zal worden gevraagd om een onbegrijpelijk verhaal te schrijven.
 
Onder deze omstandigheden zoekt de tekstschrijver de rustom te schrijven en te herschrijven. De rust om de woorden te vinden die passen bij de toekomstige lezers, de doelgroep. Het helpt mij vaak om een echt persoon in gedachten te nemen.
 
Zou mijn moeder dit ook snappen? En mijn vriendin die wel wat anders aan haar hoofd heeft?
 
Houvast
Zoeken we naar de ingrediënten voor het samenstellen van een begrijpelijke tekst, dan zoeken we als makers naar houvast. Dat kan een wetenschappelijk onderzoek zijn, dat kan de B1 methode zijn, dat kan de Schrijfwijzer van het erelid van tekstnet Jan Renkema zijn, maar de meeste houvast geeft het vertrouwen in vakmanschap. Houvast voor de opdrachtgever en houvast voor de tekstschrijver zelf.
 
 
Want om de parallel tussen de kok en tekstschrijver nog even verder te trekken…
 
Ook al zijn alle ingrediënten die de kok gebruikt wetenschappelijk onderzocht, ook al heeft hij alle aanwijzingen in het recept nauwkeurig opgevolgd, als hij niet met ziel en zaligheid zijn vak uitoefent, dan proeven de restaurantgasten dat. Ze missen wat. Ze kunnen het niet exact duiden, maar er ontbreekt wat. Na deze maaltijd, komen ze hier niet meer terug.
 
Overigens maakt zanger Daniel Lohues ook een vergelijking tussen koken en muziek maken; hij zegt in een interview – wederom in BN De Stem - je kunt nog zoveel potjes en dingetjes hebben, één ingrediënt is het belangrijkste: liefde. Die moet je er zelf instoppen.
 
Zo is het met het schrijven van begrijpelijke teksten ook. Je kunt alle B1 regels volgen, er een heel model op loslaten, maar als je liefde voor het schrijfambacht ontbreekt, dan proeft de lezer dat. Dan wordt het verhaal onsamenhangend, onbegrijpelijk. De lezer stopt met lezen.
 
Het is de tekstschrijver die met afstand naar een onderwerp kan kijken, en door te luisteren, zich in te leven, te schrijven en te schaven, uiteindelijk de tekst produceert die de lezer raakt.
 
Toch is het een illusie om te denken dat iedereen de tekst die jij hebt geschreven zal begrijpen.
 
Het zijn niet mijn woorden. Een van mijn klanten merkte het laatst op. Nota bene een medewerker van een onderwijsstichting. Overigens niet Avans, waar we nu te gast zijn.
 
Illusies? Jagen wij als tekstschrijvers illusies na? Ik noem het liever de strijd met de illusie aan gaan: we willen, zullen en moeten die begrijpelijke tekst schrijven.
 
Daarmee kunnen we gemakkelijk de mist in gaan. Dat illustreert een waar gebeurd verhaal, waarbij het overigens gaat over gesproken taal. Toch een zijstapje naar de theemuts.
Wie kent dat woord trouwens? Wie gebruikt hem nog?
Omdat ik verwachtte dat niet iedereen er nog een zou hebben, laat staan gebruiken, bedacht ik vanochtend – op het laatste moment dus – dat het wel aardig zou zijn om er een mee te NEMEN. Natuurlijk nergens een te vinden. Na vier zaken voor niks in en uit te zijn geweest, zag ik toevallig een handelaar uit de buurt, die een garage bij mij om de hoek huurt voor opslag van oude spullen. Ik vroeg hem of er toevallig een theemuts tussen stond. De laatste had hij pas weggedaan, zei hij somber. Die was nog van de moeder van zijn overleden vrouw geweest.
 
Jammer, ik legde me erbij neer om geen exemplaar mee te kunnen nemen. Rond half twee ging de bel, je raadt het al, de man van wie ik de naam niet eens ken, stond voor de deur met….
 

 

 
de theemuts, nu het eigenlijke verhaal.
 
‘Wil je even de theepot uit de theemuts pakken?’ Die vraag stelde mijn moeder pas aan mijn neef van achttien. Mijn neef heeft af en toe een Ipad afspraak met zijn oma. Dan maakt hij haar wegwijs maakt op de Ipad.
 
Tijdens een van deze bezoekjes verwees mijn moeder naar de theemuts. Mijn neef liet zich niet kennen en liep de richting uit die zij aanwees, naar de keuken dus, maar riep al snel. ‘Ik kan hem niet vinden, oma’. ‘Je staat er recht voor’ antwoordde mijn moeder. ‘Strek je hand maar uit en je hebt hem vast.’
 
Ook al stond mijn neef met zijn neus bovenop de theemuts, hij zag hem niet. Ondanks 6 VWO kende hij het woord niet en snapte daardoor niet wat hij moest pakken. Dat maakte de boodschap van mijn moeder voor hem onbegrijpelijk.
 
We drukken ons al snel onbegrijpelijk uit, als we in onze tekst – in onze gesproken of geschreven taal - woorden gebruiken die de lezer niet kent.
 
Willen we een begrijpelijke tekst schrijven, zullen we in ieder geval moeten weten voor wie het verhaal is bestemd. Dan kunnen we ons taalgebruik aanpassen.
 
Overigens blijft het ook dan een illusie om te denken dat iedereen de tekst zal begrijpen. Een begrijpelijke tekst is immers meer dan de juiste woorden gebruiken; het gaat ook over stijl.
 
Kortom, tekstschrijven is duidelijk geen exacte wetenschap, maar mensenwerk, een ambacht dat vraagt om:
voorbereiding, verdieping, inleving - steeds opnieuw kruipen we onder de huid van de opdrachtgevers en lezers, een fris hoofd met een frisse blik, de rust om de tekst – ook al is de druk nog zo hoog - een nachtje te laten pruttelen, de gave om structuren te doorzien, met oog voor zowel de grote lijnen als de details,  reflectie met collega´s, bijvoorbeeld via intervisie en bovenal passie.
 
Formules kunnen helpen, maar zijn niet zaligmakend. Net als de Flesh Douma formule van weleer, over de ideale zinslengtes. Formules zijn als recepten, ze geven houvast. Uiteindelijk komt het altijd aan
 
op het niet zichtbare samenspel tussen degene die het klaarmaakt en degene die het opeet, degene die het schrijft, degene die het leest.
 
Het zijn de lezers die bepalen of de tekst werkelijk begrijpelijk is – of ´ie lekker smaakt. Voor tekstschrijvers ligt de lat daarom hoog. We schrijven, schrappen, checken, voegen toe en laten weg. We zijn er nooit.
 
Daarom is investering in je eigen vakmanschap zo belangrijk, door te blijven schrijven, door intervisie en training, maar ook door je hoofd fris te houden. Dan kun je zelf en je opdrachtgevers op je vakmanschap blijven vertrouwen.
 
Uitdagend? Zeker!
Saai? Nooit.
Want…
 
“als het lukt, geeft dat een kick. Dan heb je een enorme overwinning behaald, op jezelf, op anderen. Daar word je vrolijk van.”
 
Dank jullie wel en veel succes.
 

Blog

Mijn hart ligt bij het schrijven in opdracht. Dan weet ik vooraf dat mijn tekst gewenst is. Hoe groot of klein je tekstvraag ook is, ik haal mijn neus nergens voor op!

Ik wissel grote tekstproducties zoals jubileumboeken, magazines en bedrijfsbladen graag af met bescheiden tekstopdrachten zoals een mailing, referentietekst of uitnodiging.

Daarnaast werk ik aan eigen publicaties. Ik schreef vier jaar een column voor BredaVandaag en publiceerde mijn autobiografisch bedrijfsverhaal. Sinds 2011 blog ik af en toe over mijn ontwikkeling als tekstschrijfster. En omdat privé en zakelijk bij mij nauw met elkaar verweven zijn, gaat het in mijn blog soms ook over Breda of over onze Pyrenese berghond Ventoux.

Wil je reageren op een blog? Leuk! Mail je reactie naar . 

 

Positive SSL